Meerjarenbeleidsplan 2019-2023

Datum: 15-september-2019 14:29

1         Inleiding

In 2017 werd het PHF losgemaakt van Het Oranje Kruis en voorzien van een nieuwe organisatiestructuur en een nieuw bestuur. Dit meerjarenbeleidsplan schetst de contouren van het beleid voor de periode 2019 – 2023. Soms concreet en soms minder concreet, soms onder verwijzing naar nader onderzoek. De nieuwe situatie vraagt weliswaar om daadkracht maar niet zonder rekening te houden met het verleden. Dit plan bouwt verder voort op de in het Jaarplan 2019 opgenomen activiteiten.

In hoofdstuk 2 worden het mogelijke beleid voor de komende jaren besproken. Daarbij wordt een analyse gegeven aan de hand van criteria over de effectiviteit van de bestedingen in relatie tot de beschikbare financiële middelen. Daarnaast wordt ingegaan op het verkrijgen van voldoende kennis van en inzicht in de relevante “markten” en welk onderzoek daarvoor noodzakelijk is.

Hoofdstuk 3 bevat alle relevante elementen van het beheer zoals de financiën, de organisatie en de communicatie. Al eerder is in beleidsstukken aangegeven dat de zichtbaarheid van het PHF vergroot moet worden, dat de financiële middelen beperkt zijn en verschillende organisatorische aspecten nog verbetering vereisen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op die problematieken en welke mogelijkheden er zijn voor verbetering.

Hoofdstuk 4 bevat tot slot een globale planning van alle relevante acties en producten waaraan gedurende de duur van dit meerjarenbeleidsplan door het bestuur gewerkt zal worden. Realisatie is vaak ook afhankelijk van externe factoren waardoor er geen garanties zijn voor het behalen maar wel als  doelstellingen voor dit bestuur gezien kunnen worden.

2       Beleid

2.1      Doelen

Het statutaire doel van het PHF is ruim geformuleerd. Binnen de richtlijnen van het huishoudelijk reglement kunnen in principe alle organisaties en/of initiatieven en elke vorm van eerste hulp worden ondersteund. Gezien de beperkte financiële draagkracht van het PHF is deze omschrijving zo ruim dat betwijfeld mag worden of het PHF zelf wezenlijke invloed kan oefenen op het brede terrein van de eerste hulpverlening. Anders gezegd, met een zo ruim doel kan het PHF her en der kleine steentjes bijgedragen maar nergens een muur of een gebouw neerzetten.

Met het beperkte vermogen van het PHF werd de afgelopen jaren ondersteuning geboden aan maar liefst vijf verschillende thema’s:

  1. Ondersteuning van bijzondere projecten;
  2. Het opleiden van EHBO instructeurs;
  3. Het opleiden van LOTUS instructeurs;
  4. Lesmateriaal voor jeugd EHBO;
  5. Subsidies en stipendia voor reddingsbrigades.

De inzet op het opleiden van instructeurs vloeide voort uit de geconstateerde commercialisering onder de instructeurs waardoor het steeds moeilijker was geworden om vrijwillige docenten te verwerven. De inzet op (lesmateriaal voor) jeugd EHBO was bedoeld om op termijn het aantal EHBO-ers op peil te houden (beleidsplan 2016-2017). In een wat verder verleden werd ook door Het Oranje Kruis actief ingezet op jeugd EHBO.

2.2      Criteria

Voor de komende periode wil het PHF de beschikbare middelen aantoonbaar effectief kunnen inzetten voor het bevorderen van de EHBO in Nederland. Om die stap te kunnen zetten zijn de volgende drie criteria geformuleerd.

  1. Vormt de bijdrage van het PHF een kritische succesfactor voor het aanvragende project?

De achterliggende vraag bij dit criterium is of het onderhavige project in alle redelijkheid door zou kunnen gaan indien het PHF geen subsidie zou verstrekken. Als dat wel het geval is, kan immers de subsidie effectiever elders worden ingezet. Met een zekere willekeur kan gesteld worden dat indien de bijdrage van het PHF een derde of meer van de totale kosten bedraagt gesproken mag worden van een kritische succesfactor.

2. Levert de bijdrage van het PHF een aantoonbare bijdrage aan het totale deelgebied?

Het PHF is niet alleen geïnteresseerd in het aanvragende project maar ook in het einddoel. Oftewel, wat draagt het (deel)project bij aan het totale deelgebied. Stel dat het PHF er voor zou kiezen EHBO-ers bij Nederlandse sportverenigingen (circa 25.000) te subsidiëren dan zou de bijdrage van het PHF, door de beperkte financiële middelen, verwaarloosbaar zijn.

3. Heeft de aanvrager een reële mogelijkheid om elders middelen te verkrijgen?

Wanneer de aanvrager een reële mogelijkheid heeft om elders middelen te verkrijgen (denk aan overheidssubsidie, subsidie van andere goede doelenfondsen, eigen middelen) kunnen de middelen van het PHF beter gebruikt worden daar waar de nood hoger is. Dit criterium is een bredere formulering dan de nu al op de website vermelde richtlijn dat de aanvrager niet in aanmerking voor overheidssteun mag komen. De website zal daarop worden aangepast.

2.3      Toetsing criteria

In deze paragraaf vindt toetsing plaats van de in de inleiding genoemde vijf thema’s aan de drie hiervoor genoemde criteria. Zo kan beter worden vastgesteld of het PHF effectief bijdraagt aan het bevorderen van de EHBO in Nederland. Per criterium wordt een score toegekend tussen 1 (weinig) en 3 (veel).

2.3.1     Opleiden EHBO instructeurs

Criterium 1 – Vormt de bijdrage van het PHF een kritische succesfactor voor het project?

De mate waarin onze subsidie bijdraagt aan het project (in casu de opleiding van 1 persoon) moet met een 3 worden beantwoord. De bijdrage van het PHF (€ 1.750) bedraagt in de regel immers meer dan 1/3 van de totale kosten van een opleiding. Het PHF hanteert immers als criterium “maximaal 70% van de door de vereniging gemaakte opleidings- en examenkosten”.

Criterium 2 – Levert de bijdrage van het PHF een aantoonbare bijdrage aan het totale deelgebied?

Op de website van Het Oranje Kruis staat dat er in Nederland 600 EHBO instructeurs zouden zijn maar vanuit de koepels wordt aangegeven dat dit er veel meer moeten zijn. Onbekend is hoeveel er op dit moment in totaal zijn maar  Indien het PHF jaarlijks kan bijdragen aan het opleiden van (circa) 12 nieuwe instructeurs dan kan dat toch als een wezenlijke bijdrage worden omschreven omdat er ook jaarlijks instructeurs stoppen. De score bedraagt ook hier een 3.

Criterium 3 – Heeft de aanvrager een reële mogelijkheid om elders middelen te verkrijgen?

De vraag of aanvragers van een EHBO stipendium beschikken over andere middelen kan niet eenduidig worden beantwoord. Er zijn EHBO verenigingen die veel geld in kas hebben en verenigingen die minder goed bedeeld zijn. De score is om die reden een 2 geworden. Onderzoek naar de financiële positie van verenigingen zou meer inzicht kunnen bieden.

2.3.2     Opleiden LOTUS instructeurs

Criterium 1 – Vormt de bijdrage van het PHF een kritische succesfactor voor het project?

De mate waarin onze subsidie bijdraagt aan het project (in casu de opleiding van 1 persoon) moet ook hier met een 3 worden beantwoord. De bijdrage van het PHF (€ 1.288) bedraagt immers meer dan 33% van de totale kosten van een opleiding.  Het PHF hanteert immers als criterium “maximaal 70% van de door de vereniging gemaakte opleidings- en examenkosten”.

Criterium 2 – Levert de bijdrage van het PHF een aantoonbare bijdrage aan het totale deelgebied?

In heel Nederland zijn circa 100 LOTUS kringen actief terwijl bij het Oranje Kruis maar een tiental instructeurs geregistreerd zijn. Gelet op het aantal LOTUS kringen kan dit niet een reëel getal zijn zoals bevestigd is door de LOTUS vertegenwoordiger in de RvT. Indien het PHF jaarlijks kan bijdragen aan het opleiden van (circa) 12 nieuwe instructeurs (voor circa 12% van het aantal kringen) dan kan dat als een wezenlijke bijdrage worden omschreven. De score bedraagt ook hier een 3.

Criterium 3 – Heeft de aanvrager een reële mogelijkheid om elders middelen te verkrijgen?

De vraag of aanvragers van een LOTUS stipendium kunnen beschikken over andere middelen kan evenmin eenduidig worden beantwoord. Ook hier hangt het er van af. Er zijn LOTUS-kringen die veel geld in kas hebben en kringen die minder bedeeld zijn. De score is om die reden eveneens een 2 geworden.

2.3.3     Lesmateriaal jeugd EHBO

Ten behoeve van jeugd EHBO is in de periode 2014 – 2018 aan zes verschillende projecten in totaal een bedrag van € 2.423 uitgekeerd (gemiddeld € 404 per aanvraag), waarbij de uitgekeerde bedragen varieerden tussen de € 124 en € 574. Voor zover bekend werden deze middelen bestemd voor lesmateriaal en uitgekeerd aan scholen en aan EHBO verenigingen.

Criterium 1 – Vormt de bijdrage van het PHF een kritische succesfactor voor het project?

De mate waarin onze subsidie bijdraagt aan het project (in casu jeugd EHBO op één school) moet met een 3 worden beantwoord. De bijdrage van het PHF (€ 350) bedraagt immers de volle 100% van de materiaal kosten terwijl de verenigingen meestal gratis instructeurs leverden. Ook als er kosten worden gemaakt voor het inhuren van een EHBO-instructeur blijft de bijdrage significant.

Criterium 2 – Levert de bijdrage van het PHF een aantoonbare bijdrage aan het totale deelgebied?

Nederland telde in het studiejaar 2017 – 2018 maar liefst 6894 basisscholen. Indien het PHF jaarlijks twintig basisscholen zou subsidiëren zou dat een bijdrage vormen van minder dan 0,3 procent. Deze bijdrage is zo weinig significant dat de score hier een 1 wordt.

Criterium 3 – Heeft de aanvrager een reële mogelijkheid om elders middelen te verkrijgen?

De begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelde in 2018 gemiddeld € 6.900 beschikbaar per leerling in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs gemiddeld € 8.500 per leerling[1]. In aanvulling daarop beschikt elke school over eigen middelen (bijdrage per leerling) die naar eigen inzicht kunnen (extra curriculair) worden ingezet. Middelen die worden ingezet voor Sinterklaas, sportweek, excursies, etc. De omvang van de gemiddelde begroting is onbekend. De voetnoot verwijst naar de begroting van een willekeurig gekozen basisschool met een begroting van € 25.000[2].

De vraag of aanvragers van een subsidie voor lesmateriaal voor jeugd EHBO beschikken over andere middelen moet op grond van het voorgaande met een 1 worden beantwoord.

2.3.4     Reddingsbrigades

In de periode 2014 – 2018 zijn twee subsidies verstrekt aan reddingsbrigades. In 2014 werd een bedrag uitgekeerd van € 26.250 aan de KNBRD en in 2015 werd een stipendium uitgekeerd aan de reddingsbrigade van Deventer. In 2018 werden twee informatieverzoeken ontvangen. In beide gevallen werd gevraagd naar de subsidiemogelijkheden voor de aanschaf van materieel. In beide gevallen betrof het bedragen die groter waren dan het jaarbudget van het PHF.

Criterium 1 – Vormt de bijdrage van het PHF een kritische succesfactor voor het project?

Wanneer het gaat om een stipendium geldt hetzelfde als voor het opleiden van de instructeurs van LOTUS en EHBO. De financiële ondersteuning van het PHF vormt dan een wezenlijk onderdeel van het project (cijfer 3). Wanneer het gaat om de aanschaf van materieel waarbij de totale begroting die van het PHF overstijgt kan onze bijdrage geen kritische succesfactor zijn (cijfer 1).

Criterium 2 – Levert de bijdrage van het PHF een aantoonbare bijdrage aan het totale deelgebied?

Volgens Reddingsbrigade Nederland zijn er momenteel 161 reddingsbrigades actief met circa 23.000 leden. De bijdrage van het PHF op het totaal van de begrotingen van al deze reddingsbrigades is heel laag. Om die reden wordt hier gekozen voor een score van 1.

Criterium 3 – Heeft de aanvrager een reële mogelijkheid om elders middelen te verkrijgen?

Voor hun financiering zijn de reddingsbrigades afhankelijk van contributies, sponsorbijdragen, donaties, gemeentelijke subsidie, bijdragen van andere goede doelenfondsen, inkomsten clubhuis, etc. Dit levert een score op van 1 zowel voor de aanschaf van materieel als opleidingen.

2.3.5     Ondersteuning bijzondere projecten

In uitzonderlijke gevallen kan het bestuur ertoe besluiten om binnen de lijnen van de statuten en het huishoudelijk reglement een subsidie toe te kennen aan een bijzonder project. In het recente verleden is dit niet aan de orde gekomen. Denkbaar zou kunnen zijn het ondersteunen van de inrichting van een museum op het terrein van de eerst hulp. Er is op dit moment nog te veel onduidelijkheid om over te gaan tot een realistische toetsing aan de criteria.

2.4      Analyse

Wanneer we de voorgaande toetsing schematisch op een rijtje zetten ontstaat het volgende plaatje.

Schema 1 – Toetsing thema’s aan criteria

  Bijdrage project Bijdrage totaal Andere middelen Totaalscore
Opleiden EHBO instructeurs 3 3 2 8
Opleiden LOTUS instructeurs 3 3 2 8
Lesmateriaal Jeugd EHBO 3 1 1 5
Reddingsbrigades (3) (1) (3) 1 1 (7) (3)
Bijzondere projecten ? ? ? ?

Volgens deze toetsing is het voor het PHF effectiever om in te zetten op het opleiden van instructeurs voor EHBO (ook bij de reddingsbrigades) en LOTUS dan om in te zetten op het subsidiëren van lesmateriaal voor jeugd EHBO en materieel voor reddingsbrigades. Daarmee dragen we niet alleen effectief bij aan afzonderlijke projecten maar ook aan het einddoel. Deze concentratie van subsidiëring zegt niets over nut en noodzaak van de andere thema’s maar is noodzakelijk gezien de beperkte middelen. Om diezelfde reden vermeldde ook het Jaarplan 2019 de uitsluitende inzet op stipendia voor de instructeurs EHBO en  LOTUS.

Bovenstaande laat onverlet dat het PHF flexibel moet kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. Wanneer de “markt” voor EHBO verandert moet daar snel en passend op worden gereageerd. Dat betekent dat het PHF verder en verregaand zal moeten investeren in kennis van diezelfde markt.

Mogelijke vragen die daarbij aan de orde kunnen komen zijn:

  • Wat zijn de kansen en bedreigingen en wat kunnen die betekenen voor het PHF?
  • Zet de commercialisering van de EHBO door?
  • Wat is het beleid van de Rijksoverheid inzake (jeugd) EHBO?
  • Wat zijn de relevante ontwikkelingen in andere Europese landen?
  • Kan de behoefte aan vrijwillige EHBO worden gekwantificeerd?

In nauwe samenwerking met het College van Deskundigen zal daartoe in 2020 een “marktonderzoek” worden verricht met daarin zo veel mogelijk antwoorden op deze vragen. De uitkomsten van het marktonderzoek zouden verder getoetst kunnen worden in een klankbordgroep met daarin vertegenwoordigers uit alle relevante sectoren. Op grond hiervan zou verdere aanscherping van het subsidiebeleid kunnen plaatsvinden.

3       Strategische agenda

3.1      Versnellers

Om in 2025 een omslag naar een sterkere Eerste Hulp structuur te bereiken, moet het PHF samen met de koepelorganisaties inzetten op vier versnellers:

3.1.1     Jaarlijkse strategische bijstelling.

Samen met koepels in ons netwerk bepalen we de jaarlijks bij te stellen Strategische Agenda. Dit meerjarenbeleidsplan vormt de basis voor de agenda: de toekomstrichtingen helpen de koepels bij strategische beslissingen. De agenda is ook bepalend voor onze eigen keuzes in bijvoorbeeld lobby en te vormen impactcoalities. Ieder jaar presenteren we een update van de Strategische Agenda op een wijze die nationaal bereik heeft in toonaangevende media.

3.1.2     Vergroten van zichtbaarheid.

Het gaat daarbij niet allen om het vergroten van de zichtbaarheid van het PHF maar om de zichtbaarheid van alle vrijwilligers die actief zijn bij de eerstehulpverlening. Daarbij is een belangrijke rol ook weggelegd voor de koepels. Samen met het PHF zullen de koepels zich als eenheid moeten gaan presenteren bij aanpalende organisaties  en overheden. Deelname aan symposia en congressen van bijvoorbeeld de Hartstichting, ZonMW, het Rode Kruis, het Oranje Kruis etc. zal op een gecoördineerde wijze moeten gaan plaatsvinden.

Dit alles naast het opzetten van social media aanwezigheid en het publiceren van artikelen in relevante media.

3.1.3     Creëren van meer draagvlak.

We vergroten de rol van het PHF door er meer organisaties, overheden en bedrijven bij te betrekken. Dit doen we door de kennis en kunde van koepelorganisaties breed te delen met actoren in het veld van de eerste hulp die nog stappen te zetten hebben. Via een netwerk van partners, de online community en de media bereiken we deze organisaties en betrekken hen bij de nieuwe visie op Eerste Hulp in Nederland.

3.1.4     Onderzoeken of de spelregels veranderd kunnen worden.

We positioneren ons zo, dat we een partner zijn voor relevante maatschappelijke actoren. We onderzoeken hoe we kunnen bijdragen aan een ambitieus eerste hulp beleid en hoe we het maatschappelijk draagvlak voor eerste hulp dienstverlening  en onderwijs kunnen vergroten. We onderzoeken ook hoe we verenigingen aan toegang tot financiering kunnen helpen.

3.2      Financiën

In het jaarplan 2019 werd al gemeld dat het PHF kwetsbaar is door de beperkte omvang van het vermogen en het risicovolle beleggingsklimaat. Met de komende Brexit en de vele andere geopolitieke spanningen in de wereld zal nog meer dan verwacht moeten worden geïnvesteerd in het vergroten van het eigen vermogen. Het Jaarplan 2019 vermeldt daarom onderzoeken naar de kwaliteit van de huidige vermogensbeheerder en (nieuwe) wervingsmogelijkheden. Bij dat laatste zijn tal van mogelijkheden:

  • Samenwerking met andere vermogensfondsen

De komende jaren zal actief contact worden gezocht met andere vermogensfondsen om te bezien welke vormen van samenwerking mogelijk zijn. Daarbij kan gedacht worden aan het deels laten overnemen van de subsidiering door anderen (privaat en publiek) waardoor gelijktijdig het vermogen van het PHF kan toenemen. Van de resultaten zal uiterlijk in 2020 verslag worden gedaan.

  • Samenwerking met overheden

Er zal onderzoek worden gedaan naar de samenwerkings- en subsidiemogelijkheden die nationale en internationale overheden bieden.

  • Het werven van donateurs

Het werven van “vaste” donateurs zou een grote financiële steun voor het PHF kunnen zijn. Er zal daartoe een haalbaarheidsstudie worden verricht om te bezien wat de juridische, financiële en organisatorische implicaties hiervan zijn.

Ook aan de bestedingszijde zijn er opties. Opties die liever niet ten uitvoer worden gebracht maar als noodmaatregel niet onbenoemd moeten blijven:

  • Aanpassingen van het bestedingsbeleid

Aanpassingen in het bestedingsbeleid kunnen op verschillende manieren vorm krijgen. Het maximaal besteedbare bedrag kan omlaag worden gebracht; het bedrag per subsidie kan worden verlaagd; het aantal te subsidiëren thema’s kan worden verlaagd. Natuurlijk zal dit pas effect krijgen wanneer bestuur en RvT daartoe de noodzaak inzien.

Alle opties aan bestedingszijde zullen in een korte verkennende notitie op een rij worden gezet.

3.3      Bestuur

Statuten en huishoudelijk reglement

De huidige organisatie (structuur) vloeit voort uit de recente verzelfstandiging van het PHF. Op de korte termijn is dan ook weinig reden om de hier uit voortvloeiende organisatie wezenlijk aan te passen. Wel ligt het voor de hand om eventuele schoonheidsfoutjes die de verzelfstandiging met zich mee bracht te herstellen. Daartoe wordt in eerste instantie de aanwezige regelementen tot één Huishoudelijk Reglement samengevoegd. Op een later moment kan dan blijken dat ook een aanpassing van de statuten noodzakelijk is.

College van deskundigen

Doordat het huidige bestuur steeds meer kennis krijgt van de dagelijkse praktijk neemt de noodzaak om advies te vragen over praktische zaken af. In plaats hiervan zou het College van Deskundigen een grotere rol kunnen krijgen bij het ontwikkelen van beleid voor de (middel)lange termijn. Een voorname rol bij het eerder genoemde “marktonderzoek” ligt daarbij voor de hand. Ook kan gedacht worden aan het betrekken van het CvD bij het wervingsbeleid. Bij toekomstige werving van nieuwe leden van het CvD zou kennis van dit thema een belangrijke pre kunnen zijn.

In lijn met het bovenstaande zal het reglement van het CvD worden onderzocht en aangepast.

Raad van toezicht

Bij de samenstelling van de huidige Raad van Toezicht is, gekoppeld aan de verzelfstandiging, vooral aandacht besteed aan de vertegenwoordiging van de “bloedgroepen”, met name de verenigingen, afdelingen en kringen van de EHBO, LOTUS en Reddingsbrigades. Naar de toekomst toe kan onderzocht worden in hoeverre er behoefte is aan een samenstelling van RvT en/of bestuur met aandacht voor expertise op het terrein van fondsenwerving, vermogensvorming, communicatie en filantropie. Kwaliteiten die voor het behoud van het fonds in de nabije toekomst essentieel zijn. Hiertoe zou in de toekomst een analyse gemaakt moeten worden van de portefeuilleverdeling en samenstelling van RvT en bestuur.

Bestuur

Met de doelstellingen die geformuleerd zijn na de verzelfstandiging en vernieuwing van het PHF zijn naast de taken als fondsbeheerder en het uitkeren van stipendia en subsidies aanvullende taken geformuleerd zoals zichtbaarheid, fondsenwerving en draagvlakvergroting. Daarmee is de werklast van de nieuwe bestuurders een aanzienlijke. In overleg met de Raad van Toezicht zal worden onderzocht of uitbreiding van het aantal bestuursleden wenselijk is om deze doelstellingen te realiseren.

3.4      Organisatie

Zoals reeds vermeld in het Jaarplan 2019 is er veel werk te doen waar het gaat om de interne organisatie. In de eerste helft van 2019 worden alle reglementen en bijbehorende formulieren (overeenkomsten, declaraties) herzien. Die herziening is enerzijds nodig vanwege veranderingen in beleid en organisatie en anderszins omdat hier onbedoeld allerlei onvolkomenheden waren ingeslopen.

3.5      Communicatie

Het bestuur kiest de komende jaren voor een niet te opvallend profiel. Eerder lijkt het eerst van belang om de kwaliteit van de interne organisatie op orde te hebben. Wanneer deze geprofessionaliseerd is, kan de blik meer naar buiten worden gericht. Voor de komende jaren wordt ingezet op:

De website wordt aangepast aan de nieuwe structuur en processen van de organisatie en daarna doorlopend verbeterd met aandacht voor klantvriendelijkheid en een modern en professioneel profiel. De website is hierbij het sluitstuk van de hiervoor genoemde herziening van de reglementen en formulieren.

Vooralsnog zal, in lijn met de inzet op een bescheiden profiel, geen actief gebruik worden gemaakt van sociale media. De sociale media zijn bij uitstek geschikt voor snelle communicatie van actualiteiten. Op dit moment lijkt daar weinig behoefte aan. Wanneer daar wel behoefte aan ontstaat (bijvoorbeeld bij donateurs) ligt de introductie van een nieuwsbrief eerder voor de hand.

4         Activiteiten

Dit hoofdstuk bevat een schematische opsomming van alle in dit beleidsplan genoemde acties en producten met een mogelijke planning waarbij de realisatie nog sterk afhankelijk is van mogelijke obstakels en beschikbare tijdsbesteding.

Globaal betekent dit:

Voor 2019 een focus op verbetering van organisatie en werkwijzen

Voor 2020 analyse van mogelijkheden, haalbaarheid projecten en zichtbaarheid vergroten

Voor 2021 uitvoering van projecten en onderzoek verhoging inkomsten en/of versterking van het vermogen.

Voor 2022 en verder kijken zal veel afhangen van hoe de eerstelijnshulpverlening zich zal ontwikkelen. Ontwikkelingen bij overheden, bij PHF aangesloten koepels en andere op dit terrein opererende organisaties als Oranje Kruis, Rode Kruis en HartslagNu spelen daarbij een grote rol. Burgers spelen met de ontwikkelingen rond reanimatie netwerken een steeds grotere rol en dat vraagt om een integrale visie te ontwikkelen op eerstelijnshulpverlening in Nederland met alle betrokken organisaties. Een conferentie als “De burger als eerstelijnshulpverlener” zou dan interessant zijn om te organiseren.

Voor de eerste jaren worden de uit te voeren activiteiten meer concreet weergegeven in het hierna komende schema

Schema 2 – Acties en producten

Onderwerp Soort Planning Wie? Status
         
Benchmark vermogensbeheerder Financiën 1-7-2019 Pm  
Aanpassing formulieren Organisatie 1-7-2019 Bestuur  
Aanpassing reglementen Organisatie 1-7-2019 Bestuur  
Aanpassing website Organisatie 1-7-2019 Vz/Secr  
Notitie bestedingsopties Financiën 1-10-2019 Pm  
Aanpassing HR Organisatie 1-10-2019 Bestuur/RvT  
Werkwijze CvD Organisatie 1-1-2020 RvT/bestuur  
Analyse taakverdeling RvT Organisatie 1-1-2020 RvT  
Onderzoek uitbreiding aantal bestuursleden Organisatie 1-1-2020 RvT/bestuur  
Marktonderzoek Beleid 1-3-2020 Secr/CvD  
Haalbaarheidsstudie donateurs Financiën 1-7-2020 Pm  
Klankbordgroep Beleid 1-7-2020 Secr/CvD  
Notitie nieuw beleid Beleid 1-1-2021 Secr/CvD  
Verslag overleg andere vermogensfondsen Financiën 1-1-2021 Vz/Pm  
Onderzoek samenwerking overheden Financiën 1-1-2021 Vz  
Aanpassing statuten Organisatie 1-1-2021 Bestuur/RvT  

[1] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiering-onderwijs/overheidsfinanciering-onderwijs

[2] https://basisschooldebras.nl/or/begroting-2017-2018